Shanti

Lieve allemaal,

Ik heb de laatste paar dagen van mijn reis in Kathmandu doorgebracht. Daar hebben we Roos haar vader van het vliegveld gehaald. Toen we naar de wachtende taxi wilden lopen, bleek dat de taxi(chauffeur) niet meer aan het wachten was. Plotseling kwam de leukste taxichauffeur van Nepal ergens achter een auto vandaan rennen en vertelde dat de politie gedreigd had zijn banden leeg te laten lopen als hij hun niet betaalde en ergens anders ging staan. Toen ik om me heen keek zag ik in een keer allemaal taxi's met platte banden.

Nu ben ik thuis. Dinsdagochtend ben ik aangekomen met een rammelend vliegtuig waarin ik nogal afstak tegen al die Fransen in keurige, donkere kleding. In Parijs en Delhi moest ik overstappen, net als een groepje Franse madames. Ze stonden op de loopband te kletsen en terwijl ik stond te kijken zag ik ze een voor een als van die bowlingkegels tegen de vloer gaan. Blijkbaar was dat het einde van de loopband. De vliegreis zelf was niet heel interessant of aangenaam met een snurkende, stinkende man naast me, een leeslampje dat niet uitging en een scherm waarop ik (als enige) geen film kon kijken. Gelukkig kon ik wel een beetje slapen, want plotseling werd ik wakker en vlogen we boven Duitsland in plaats van Pakistan.

Op Schiphol ben ik bijna naar de ontvangsthal gerend om iedereen om de hals te vliegen. Precies zoals ik het van 'Hello Goodbye' geleerd had. Even serieus: ik was oprecht ontzettend blij en gelukkig en blij en gelukkig en blij en...nou ja, het mag duidelijk zijn.

Ik wil ook even kwijt dat ik jullie reacties en alleen al het feit dat mijn blog gelezen werd fantastisch vind, dank!

Nu ben ik ontzettend aan het wennen aan dit hele andere leven hier, langzaamaan begint het te komen. Shanti shanti. (Peace peace.)

Suzanne

Verhuizen en reizen

We zijn weer terug in hippiecentrum Rishikesh, Laksman Jhula na een ongelofelijk oncomfortable busrit waar we achteraf wel om konden lachen. Het begon best goed; om half zeven 's ochtends liepen we de berg op naar de 'bushalte'. Roos droeg haar eigen backpack en een hele vriendelijke jongen droeg de mijne, die is namelijk ietsje zwaarder. Geen idee waarom. We hadden ons net een beetje ge'installeerd toen er een grote familie met al hun bezittingen langs de kant van de weg verscheen en de bus aanhield. Blijkbaar waren ze van plan de bus als verhuiswagen te gebruiken. Er kwamen volwassenen, kleine kinderen, geiten, honden en (ik kon ze zien) luizen binnenlopen. Geen van hen was gewend aan busreizen, dus de geuren die door de bus dreven zorgden ervoor dat ik zelf ook uit het raam ging hangen.

Nu even wat frissers. We hebben net een weekje in Pabekh doorgebracht bij Nina, Dina en Poorna en dat was heerlijk. Het huis stond een stukje van het dorp vandaan en had een mooie tuin waarin bijna alles (behalve naar mijn mening de slang) eetbaar was. We hebben geloof ik ook zo'n beetje van alles wel wat geproefd. Naast klussen, koken en eten hebben we ook vier circuslessen verzorgd voor de kinderen uit het dorp die resulteerden in een voorstelling. In het begin gingen ze zo ver mogelijk bij ons vandaan staan, maar aan het eind van de eerste les sprongen ze al enthousiast bovenop elkaar. Op de laatste dag werden kinderen uit andere dorpen opgetrommeld om de voorstelling te komen bekijken. Volgens mij hadden ze het klappen nog niet helemaal onder de knie, maar ik denk dat open mondjes wel aangeven dat ze onder de indruk waren van ' onze' kinderen. We zijn heel trots op ze:)

Het wordt hier steeds heter en heter, waar ik blijkbaar niet goed tegen kan. In de bergen bij Nina hebben we even een heerlijke regen- en donderbui gehad, maar hier is het weer 50 graden. Nou ja, iets minder natuurlijk, maar ik en hitte gaan niet altijd goed samen.
Vannacht gaan we op weg naar Nepal waar we nog wat rond gaan huppelen en dan huppel ik het vliegtuig in. Onwerkelijk idee.

Zover is het in ieder geval nog niet, eerst weer op naar Nepal!

Voor de mensen die wat meer over Pabekh en initiatieven van Nina, Dina en Poorna willen weten: www.indiaonthemove.info

Duizend-en-één-nacht

Het is alsof ik in een sprookje van Duizend-en-een-nacht rondloop: woestijn, gele gebouwen, kromzwaarden, tulbanden, kamelen en henna op mijn huid. Net als je je helemaal arabisch zit te voelen, klinkt er dat heerlijk boeddhistsche 'Om mani padme hum' over de daken en zie je vrouwen in prachtige sari's voorbij lopen - vaak met een wat minder prachtige gezichtsuitdrukking. Dat zal de zon wel zijn.

Op 6 maart (nogmaals gefeliciteerd lief zusje!) ben ik vanaf Kathmandu naar Delhi gevlogen waar Roos (vriendin) al uren zat te wachten. Toen we de stad ingingen had ik me geestelijk voorbereid op de enorme schok die het ons volgens veel mensen zou geven, maar die schok bleef uit. Het was meer iets dat zich op de lange termijn afspeelde. Bijna iedereen die je aansprak had de bedoeling om geld uit je zak te kloppen. Uiteindelijk voelde het alsof je echt niemand kon vertrouwen en dat is heel erg vermoeiend/jammer.
We hebben natuurlijk wel het Holi festival gevierd in Delhi. We zijn met zijn drieen naar buiten gegaan - we hadden nog een meisje, Mara, ontmoet - maar we hebben wel de gekte vermeden. Al zou je dat niet zeggen als je onze gezichten, armen, kleren en mijn eens zo witte schoenen had gezien.

Twee dagen in Delhi waren voor ons meer dan genoeg, maar uiteindelijk waren we er vier dagen. We zijn toen heel impulsief naar Mcleod Ganj gegaan, een dorpje in het noorden van India dat ook wel 'Little Lhasa' wordt genoemd. Als je het dorp inkomt weet je waarom, want er lopen een heleboel gevluchte Tibetaanse monniken en gewone Tibetanen rond. De naam zou heel misschien ook wel iets te maken kunnen hebben met het feit dat ook de gevluchte Tibetaanse regering daar verblijft. Ook was het zo dat (drum roll please) de Dalai Lama daar tegelijk met ons was! We hadden zijn openbare teaching net gemist, maar het was wel een bijzonder idee.
Op de derde ochtend ben ik naar zijn tempel geweest om de puja te zien. Dat hield in dat er een heleboel monniken in en rond de tempel zaten te mediteren of, als ze dat even zat waren, gezellig zaten de kletsen. Wij mochten er gewoon bij komen zitten en kregen zelfs ontbijt; al was ik blij dat ik mijn tweede kopje zoute yakboterthee mocht afslaan.

Na twee nachten reizen in de trein, slapen op mijn tassen en starende Indiers weerstaan te hebben zijn we in Jaisalmer aangekomen, vlakbij de grens met Pakistan. Van Tibet naar Pakistan, India moet nog even wachten. We zijn vandaag uit het hotel gevlucht waar we in eerste instantie naartoe waren gelokt; de buren zaten de hele nacht Indische films te kijken. Dat is op zich cultureel gezien hartstikke interessant, maar in de praktijk is het dodelijk irritant. Nu zitten we in een prachtig hotel met een hele aardige staf. Dat laatste is een enorme opluchting. Terwijl ik dit schreef zat een van hen te vertellen dat knoflook heel gezond is en dat je daarna chocola moet eten tegen de lucht. Met zulke verhalen kan je alleen maar een geweldig karakter hebben, toch?

Morgen krijgen we de kans om de kamelen wat beter te leren kennen, want we gaan namelijk vier (vier!) dagen door de woestijn hobbelen.

Nu ga ik proberen de nacht slapen door te brengen; dat is namelijk best lastig met deze hitte.

Ciao! (Klinkt heel misplaatst, maar dat zeggen ze hier de hele tijd.)

Trekken en zingen

Gisteren ben ik aangekomen in Kathmandu en dinsdag vlieg ik naar India. Er is veel tijd verstreken sinds mijn laatste blog, dus ik ga nu een dappere poging wagen een deel ervan te beschrijven. In Pokhara heb ik een knalpaarse scooter gehuurd (best price for you, madam) en een helm met twee grote Playboykonijnen erop. De eigenaar snapte niet goed waarom ik liever een andere wilde; het was de enige helm die hij had en hij vond die stickers wel leuk staan. Ik ben dus met die helm en een vrouw die ik ontmoet had een berg opgereden en daar hebben we bij een piepklein theehuisje twee stoelen en thee gehaald en hebben van het fantatische uitzicht over twee meren genoten en met de vrouwen en kinderen van het dorpje gelachen en een populair Nepalees liedje gezongen (min of meer). Na nog wat leuke uitstapjes en gezellige avonden heb ik een gids gehuurd en ben ik voor 6 dagen de bergen in gegaan. De eerste dag was vrij makkelijk; ik wilde zelfs nog wel verder, maar de gids zei dat het volgende stuk erg zwaar zou zijn. Die dag werd in heel Nepal Shiva Raatri gevierd. Dat festival houdt in dat iedereen voor een keer de hele dag hasj mag roken en dat iedereen dus stoned over straat gaat. Waar ik was werd een kampvuur gemaakt in een veld (ik snap nog steeds niet waarom ze dat zo ver weg deden, een van ons moest haar schoen uit de modder opgraven) waar we met een kleine groep buitenlanders en Nepalezen suikerriet in het vuur staken en lieten ontploffen. Er was een fanatiek oud vrouwtje dat blijkbaar als missie had zoveel mogelijk suikerrietstengels uit elkaar te laten spatten; het liefst met een zo hard mogelijke knal. De volgende dag was zwaar. In een dag ben il 1400 meter gestegen en het pad bestond alleen maar uit trappen waarvan de treden zo hoog waren als mijn onderbeen. Tenminste, zo voelde het. Tegen het eind van de dag liepen we in de dichte mist langs bomen die bedekt waren in diepgroen mos en waarvan de takken zich in kronkels uitstrekten naar de volgende boom. De volgende ochtend moest ik om 5 uur klaarstaan om de zonsopgang in Poon Hill te zien. Na een glibberig tochtje kwamen we op het uitzichtspunt aan. Die dag zouden we eigenlijk niet gaan lopen, maar uiteindelijk zijn we toch op weg gegaan. Weer een prachtige wandeling door allerlei verschillende landschappen, waaronder sneeuw. Altijd met de Himalaya in zicht. Op de dag voor de tocht terug ben ik naar Jhinu gegaan waar een warmwaterbron was. Even heerlijk genieten en zo lang mogelijk blijven zitten, omdat te klim terug niet heel erg aanlokkelijk was. Terug in Pokhara heb ik een kamer gedeeld met een meisje/vrouw uit Oostenrijk die (net als vele anderen) haar baan had opgezegd en alles had verkocht om rond te gaan trekken en de wereld te bekijken. Op dinsdag ben ik gaan paragliden. Zomaar een berg afrennen voelt een lichtelijk onnatuurlijk maar eenmaal in de lucht voelde ik me zo comfortabel als wat. Ik was zelfs zo comfortabel dat ik vrolijk meezong toen de piloot hetzelfde liedje begon te zingen als de vrouwen op de berg. De piloot hangt achter je en je zit in iets dat het best als een soort hangmat beschreven kan worden. Op het laatst vroeg hij of ik wat stunts wilde doen en het volgende moment hingen we horizontaal in de lucht en kwam het meer wel erg snel dichterbij. Gelukkig volgde er een hele soepele landing. De volgende dag ben ik naar Bandipur vertrokken, een heel klein dorpje tussen Kathmandu en Pokhara. Het is daar heel rustig en als er niet teveel wolken zijn heb je een prachtig uitzicht op de bergketens. Wat eigenlijk het meeste opviel was datgene wat er niet was: rotzooi. Overal gooien mensen hun zooi gewoon op straat, maar hier was er geen papiertje te vinden. Mijn plan was om van Bandipur naar Gorkha te gaan en dan naar Kathmandu om van daaruit mijn gastgezin een bezoekje te brengen. In plaats daarvan ben ik teruggegaan naar Pokhara om een bezoekje te brengen aan een dokter. In de kliniek bleek dat ik een infectie in mijn keel heb opgelopen waardoor ik nu een hele rits medicijnen moet slikken. Da's ook voor het eerst. Weer een nieuwe ervaring erbij! Dat was het dan weer even voor vandaag. De volgende update komt waarschijnlijk uit India!

Pokhara

Pfff, dat elektriciteitsgedoe kan wel op je zenuwen werken. Gisteren was ik in Kathmandu in een internetcafe. Ik had een heel lang en geweldig leuk verhaal geschreven, zat ik plotseling in het donker. Alles weg, dus nu zullen jullie het hiermee moeten doen:)

Afgelopen vrijdag heb ik afscheid genomen van de school en mijn (gast)familie. Op school werden er een afscheidsceremonie gegeven; ik kreeg ticka (rood poeder) op mijn voorhoofd en bloemenslingers (mala) om mijn nek gehangen. Een van de leidinggevenden gaf een redelijk uitgbreide (en volgens mij geimproviseerde) speech. Alles verliep prima tot het moment dat hij zijn speech afsloot met de woorden (in het Nepali-engels): 'En nu gaat Sushila miss een speech geven.' Ok, leuk. Hmm. Wacht, dat ben ik! Sta je daar plotseling voor publiek van een paar honderd kinderen. Waarschijnlijk was mijn speech de kortste die ooit daar gehouden is, maar ik was allang blij dat er woorden uit mijn mond kwamen. Toen ze terug moesten naar hun klassen was er even een raar moment, dus ik stak mijn hand op en zei 'bye, bye!' En hup, alle handjes de lucht in 'bye, bye!' Leuk!

Het lesgeven zelf was een interessante ervaring. Ik kreeg een krijtje, marker en wisser in mijn handen geduwd en werd naar een klas met ongeveer 35 kinderen gestuurd met het advies: 'interact'. Top. Als ik de klas binnenkwam (zij waren er al), stonden ze allemaal op en zongen/dreunden: 'Good morning, miss!' Ik: 'Good morning, how are you?' Zij: 'We are fine, thank you miss. And you?' Enzovoort. Ze moesten blijven staan tot ik zei dat ze mochten gaan zitten.

Nou moet ik gaan haasten, 2 minuten over. Ik heb geraft, achterop motorbikes gezeten en gevaren. Nu ben ik in Pokhara waar ik een trekking wil gaan doen en misschien paragliden.

Hopelijk kan ik snel meer schrijven!

Panchkhal Valley

Namaskar!  Het is nog best lastig om deze blog bij te houden. Het elektriciteitsschema verandert elke week en geen dag heeft hetzelfde schema. Hier in Panchkal [Paskal] heb ik nog geen internetcafé gevonden. Vorige week maandag ben ik in Panchkal Valley aangekomen. Aan de ene kant had ik zin in een nieuwe fase van de reis, aan de andere kant vond ik het moeilijk om afscheid te nemen van mijn familie en de andere vrijwilligers-to-be. Na een lange busreis - die ik deels zittend, deels staand heb doorgebracht - kwamen we aan bij de Golden Future School. De leraar die me halverwege de busreis ophaalde, bracht me direct van de school naar het voetbalveld. Daar waren de meisjesteams van diverse scholen aan het voetballen. Ik bleek aan het begin van de lokale sportweek te zijn aangekomen. De eerste week heb ik dus nauwelijks lesgegeven. Dat kwam wel goed uit, want ik ik voelde me niet zo goed. Mijn lichaam had wat moeite met het aanpassen aan de nieuwe omgeving waardoor het niet veel eten accepteerde. De eerste dagen heb ik rustig doorgebracht met de familie, oftewel bijna iedereen in de omgeving. Er is hier nauwelijks onderscheid tussen vrienden en familie. Mijn 'zusjes' wijzen soms naar iemand die voorbij loopt en dan zeggen ze: "That's my sister/brother."   Tijdens mijn verblijf hier zijn er drie leden aan de familie toegevoegd: drie geitjes. 's Ochtends werd ik (vroeg!) wakker gemaakt: "Sushila, come! You can see god giving birth!" Ik snapte er niks van, maar toch slaapwandelde ik braaf achter hen aan. Halverwege begreep ik waar het om ging en heb ik de geboorte van een tweeling meegemaakt. In mijn gebrekkige Nepalees bleek ik ze vrolijk verteld dat ik een van geitjes was, dus nu is een van hen naar mij vernoemd.  Afgelopen tijd heb ik een paar fantastische motorritten gemaakt en prachtige landschappen gezien. Ik kan hier alleen via mijn iPod op internet, dus de foto's komen later.  Af en toe zijn er wel heimweemomenten en dan is het heel fijn om reacties van familie en vrienden te lezen; bedankt daarvoor!  Nu ga ik snel dit verhaal publiceren voordat het internet er uitvliegt.  Malaai Nepal manparcha!

Namaste

8:30 Internetcafe in Dhapasi, Kathmandu Zo, eindelijk tijd voor het thuisfront. Internet is een beetje een probleem in de winter, omdat de elektriciteit afhankelijk is van de rivier. In de winter is het droog, dus er is niet vaak stroom beschikbaar. Gisternacht heeft mijn ama (gastmoeder) me om half 2 's nachts wakker gemaakt zodat ik op internet kon. Het was zo koud dat ik na een paar tikken snel mijn bed weer indook, er is namelijk geen verwarming. Het huis waar ik nu zit is veel groter dan ik had verwacht. TIjdens de taxirit naar Rajesh' huis heb ik vooral met open mond om me heen zitten te kijken. Ze rijden hier links en er zijn geen duidelijke verkeersregels behalve deze: toeter als je ergens langs wilt. Rajesh is trouwens degene die ons de eerste week opvangt en taallessen verzorgt en ons over de gebruiken vertelt. Op deze manier krijg je steeds meer het vertrouwen dat je jezelf kunt redden en je niet afgezet wordt. De mensen zijn hier vriendelijk, je vindt altijd wel iemand die bereid is om je te helpen. Veel Nepalezen zijn verlegen, dus je moet wel degene zijn die contact maakt. Eergisteren zijn we naar Bhoudanath geweest; een boedhistisch complex. Eromheen waren allerlei winkeltjes en stupa's (tempeltjes) waar ik gezegend ben door een monnik. Er liepen allerlei monniken rond uit Nepal in Tibet. Ze droegen traditionele kleding, maar op een gegeven moment hoorde ik een Nokiatune en nam een van hen zijn knalroze telefoon op. Gisteren ben ik naar Jamal geweest waar de Assanmarkt is, daar was ht de bedoeling dat we in alle hectiek de spullen op ons lijstje kochten zonder afgezet te worden. De Israeliers zijn erg goed in onderhandelen, ze zijn me wat trucs aan het leren: altijd lachen, prijs die je wilt betalen in je hoofd en een zelfverzekerde houding. Ook nog wat andere dingen, maar dit zijn ed belangrijkste. Het eten bevalt me heel goed, al ben ik nogal gevoelig voor de spicy food. De eerste lunch samen had ik vegetarisch eten besteld zonder te zeggen dat ik niet zoveel spice wilde; resultaat: knalrood hoofd, zweten en tranende ogen. En een lachende tafel. Malaai Nepal manparchha, ik hou van Nepal. Tot nu toe heb ik alleen nog maar hoogtepunten meegemaakt. Morgen krijgen we yoga en gaan we een tocht maken. Dan gaat ieder zijn weg naar het vrijwilligerswerk. Ik ga naar een school waar ik Engels zal gaan geven aan klassen van 30 kinderen. Ik ben heel benieuwd! Ik kan onmogelijk alles opschrijven wat ik meemaak en het laden van de foto's wil hier niet echt lukken, maar ik doe mijn best zo vaak mogelijk wat te laten horen. Pheri bataula!

Niet stressen

Vrijdagmiddag ben ik met mijn vader naar Den Haag gereden zonder zeker te weten of mijn visum en mijn paspoort, die ik daar moest achterlaten, klaarlagen. Als ik het visumbureau mailde, werd ik consequent bedankt voor mijn mail en daarbij 'kindly advised' om voor meer informatie updates op hun site te bekijken. Sinds de dag dat ik mijn visum had aangevraagd was er geen update meer geweest.

Misschien werd ik uit wraak aan het lijntje gehouden; ik heb namelijk regelmatig mijn mannelijke contanctpersoon met Ms. aangsproken, omdat ik ervan overtuigd was dat hij een mooie, vrouwelijke Indische naam had.

Die avond had ik mijn paspoort en visum op zak en heb ik ook nog eens mijn simkaart ontvangen (die was dan weer in 'het systeem' blijven hangen), dus ik kon weer iets minder slecht slapen.

De zenuwen zitten nu flink huis te houden; ik heb inmiddels mijn tas voor de eerste keer ingepakt - ik wist niet dat je daar ook gestrest van kon raken: 'Dit past niet.' 'Wel, daar zijn die bandjes voor.' 'Welke bandjes?' 'Ik denk die.' Alles vastsjorren. 'Nee, dit kan niet kloppen. Ik krijg de tas niet meer open.' Gelukkig is er nog tijd voor een tweede en derde keer inpakken. Adem in. Adem uit.

Niet stressen.

Deze reis is mede mogelijk gemaakt door:

Travel Active